Fotografie
Na de worsteling van de vorige periode, maar ook de naar tevredenheid afgesloten afronding had ik enorm veel zin in de derde periode. Niks te verliezen, dacht ik. Toch heb ik de derde periode als een lastige periode ervaren. Ik vond de tijdsdruk, een korte periode met veel opdrachten, lastig om mee om te gaan. Ik vond het ook lastig om om te gaan met de goede cijfers van de periode ervoor. Ik legde de lat gelijk een stuk hoger voor mezelf. Het werd 'serious business'.
Om niet in een trucje te vervallen, om open te blijven staan, om de lat niet te hoog te leggen waardoor ik minder zin heb in de opdracht, heb ik afgelopen periode dit allemaal weer opzij gezet.

Ik heb een verzameling van onderwerpen in mijn hoofd en in mijn dummie over dingen die ik nog wil onderzoeken. Het verhaal van Jasper, de drummer, was achteraf een goede keuze. Het was namelijk dichtbij, omdat Jasper familie is. Ik vond het interessant me in zijn leven te (mogen) verdiepen. Het was ook veilig. Aan de andere kant was er ook de gelegenheid verder dan Jasper te mogen kijken en fotograferen. Waardoor ik geleerd heb dichtbij te komen met mijn camera. Tijdens een etentje vroeg Jasper in hoeverre ik van hem verwachtte dat hij mij zou sturen bij de opdracht. Hij was erg betrokken bij mijn 'mission impossible'. Hij had bij die eetdate ook al zijn oude drumstokken bij zich, die hij maar niet weg kon gooien (en ook niet mag weggooien van zijn vader). Bij de tweede (foto)sessie gaf hij aan dat ik best wel dichter op hem mocht kruipen. Ook de muikanten keken niet echt op van mijn aanwezigheid. Dus heb ik mijn verbazing aan de kant gezet en ben er 'bovenop' gekropen. In de laatste repetitie waren ze al helemaal niet met mij bezig. Ik ben erop, eronderdoor, ernaast en zowat in hun instrumenten gekropen. Wat een heerlijkheid. Vlak voor deze fotosessie/repetitie had ik het kunstenaarsgesprek met Wiesje Peels in museum De Pont in Tilburg gevolgd en had me voorgenomen haar werkwijze ook eens uit te proberen. Met de camera op de boezem binnen stappen en in het kader van gelijkwaardigheid (we zijn allemaal aan het werk) meteen aan het werk te gaan. Ik vond het zelf erg handig. Geen gedoe. Gelijk aan de slag.
Mijn onderwerp, de drumstokken van Jasper, die het uitgangspunt waren, was voor mij op dit moment dus een goede keuze. Ik heb geleerd om dichtbij te fotograferen. Waardoor ik volgende keer me meer bezig kan houden met de fotografie (het moment en de techniek van de camera).
Er was ook een groot verschil tussen de eerste en de tweede repetitie die ik heb gefotografeerd. De eerste repetitie was duidelijk onderzoekend. De tweede was ik al veel meer bezig met kadreren, het moment zoeken en daarmee mijn verhaal vertellen.
Ik heb deze periode ook er bewust voor gekozen mijn eigen standpunt in acht te houden, maar ook goed te luisteren naar de feedback. Ik vond de periode veel te kort om mijn eigen concept, mijn eigen verhaal goed uit te werken. Hierdoor ben ik ook meer afgegaan op de feedback van Mels en Bart. En heb daardoor een tweede verhaallijn in mijn boek aangebracht. Die, volgens mij, veel concreter is dan mijn eigen verhaal. Waardoor het beeldverhaal wel veel beter te vertellen werd. Gelukkig maar, want anders was ik er deze periode niet uitgekomen denk ik. Althans, niet met dit tevreden gevoel. Ik heb nu het gevoel dat mijn verhaal in mijn fotoboek voor mij klopt. Mijn eigen laag kan ik er zelf niet echt uithalen. Die is echt te abstract, te diep. Maar de laag over de muzikanten, de huid van de muzikanten, de instrumenten en de huid van de instrumenten die het verhaal vertellen van en over de muziek, dat zit er voor mij echt duidelijk in. De titel van het boek is wat mij betreft dan ook het concept en dekt de lading: touche!
Nog wel even terug naar het filmpje van Youp van 't Hek: Later als ik groot/dood ben, word ik drummer in een band... heeft misschien minder met het verhaal van het boek te maken, maar wel met mijn verhaal van deze periode.
Een deeltijdstudie doen gaat natuurlijk over "Later, als ik groot ben". Want het is nu later en ik ben groot. En heb tot nu toe steeds "verkeerde" keuzes gemaakt. Maar door het toeval ben ik weer gaan studeren en heb mijn ding gevonden om spelend door het leven te gaan. Weer te dromen over 'later, als ik groot ben'....
De tweede periode heb ik ook als spelend ervaren. En toen gingen we op studiereis.
Ik vond de reis naar Katowice leuk en ook best lastig. Ik heb gemerkt dat ik liever alleen werk en dus alleen fotografeer. In Katowice heb ik daarom weinig foto's kunnen maken. Uiteindelijk ben ik over twee foto's tevreden en dat is ook voldoende voor me. Ik vond de avonden leuk en ben blij dat ik oudere jaars heb leren kennen waardoor je je meer thuis voelt op de opleiding. Maar ook doordat je meer mensen kent om je werk mee te bespreken en van hun werk en werkwijze kunt leren. Het heeft wel even geduurd voordat ik de studiereis op deze manier een plek had gegeven. Ik weet nu dat ik dus liever alleen werk. Daarom was de AV-opdracht deze periode wel even lastig. Aan de andere kant is het ook we weer goed om met anderen te werken, dat snap ik ook wel.
Daarnaast heb ik deze periode ook met de combinatie baan en studie geworsteld. Doordat ik de lat hoger legde voor mezelf (ik wilde dit gevoel, deze flow vasthouden), werd het spelende gevoel minder, dus ging de lol eraf. Daarnaast moet ik op mijn werk ook ineens een portfolio bijhouden en wordt er getrokken aan mijn ontwikkeling. Het werd me wat veel. De fotografie werd me te serieus, mijn eigen missie, die ik zo mooi had geformuleerd voor mijn assessment verdween volledig naar de achtergrond. Ik wist ineens niet meer waar ik stond en welke kant ik op wilde. De afgelopen dagen heb ik de tijd genomen om hierover na te denken en heb de studie weer opgevat als iets om mee te spelen. En dan bedoel ik dus niet voor de lol, maar te spelen als in de droom van Youp van 't Hek. Word niet te serieus later, maar doe dat waar je hart ligt: zoals bij de drummer van de band!
AV
Filmen is interessant, maar naast fotografie een filmopdracht uitvoeren vond ik lastig. Waar je bij fotografie vaak beelden afkeurt omdat ze "te makkelijk" zijn, waardoor je werk alledaags en voorspelbaar wordt, moet je bij film juist gebruik maken van deze werking. Althans, zo ervaar ik dat nu. Ik ben vorige week naar de film Zomerhitte geweest van Monique van de Ven en merkte dat er in deze film dit soort akelig voorspelbare momenten niet goed toegepast werden, waardoor de film niet te volgen slecht wordt. Er gebeurt iets in de duinen bijvoorbeeld, maar je hebt op een gegeven moment geen idee meer waar de zee is, waar de hoofdpersoon ten opzichte van de andere personen is en wat de essentie is van de scène. Lastig hoor, een film regisseren. Ik zal niet in de cliché vervallend dat Monique maar weer gewoon zelf uit de zee moet komen lopen, maar Turks Fruit was in ieder geval spannender dan deze film. En dus een beter eerbetoon aan Wolkers dan dit. Alhoewel het verhaal van Wolkers ook wel dun is...
Ik hoop dat ik met bovenstaand voorbeeld duidelijk heb kunnen maken met wat ik bedoel met clichés. Het gebruiken van clichés in film is voor mij de beelden zo gebruiken dat ze het verhaal (of concept) kloppend maken.
Ik denk dat bij ons filmpje er technisch nog wel wat dingen beter hadden gekund, zoals statief gebruiken etc. Maar goed, de vraag is of onze verteller dit verhaal, dat waar is gebeurd, nog eens zo kan vertellen. Misschien zouden we ook scherpere beelden hebben moeten gebruiken. Aan de andere kant passen ze qua sfeer nu wel goed in het geheel.
Ik denk dat we gezien de tijd er wel uitgehaald hebben wat kon. Een resultaat, zoals Hilde ook al schreef, waar we allemaal achter staan.

REFLECTIE OP DE COMPETENTIES
Creëerend vermogen
Deze periode ben ik experimenterend aan de slag gegaan. Met name in het begin ben ik met mijn camera de mogelijkheden gaan onderzoeken om mijn verhaal te vertellen. Ik had, naar aanleiding van een gekozen object, al wel een verhaal in mijn hoofd, waardoor ik richting gaf aan mijn kijken. Toch heb ik ook gekeken naar het moment dat zich voordeed. Zoals het belletje (tussen de benen van de drummer -stiekem toch gespeeld-), dat niets met de drumstokken of de droom van de drummer te maken had. Daarnaast ben ik ook al meteen van de drumstokken en zelfs de drummer afgeweken, omdat ik zag dat er meer dingen mogelijk waren. Uiteindelijk ben ik tot op de voeten van de bassist en de pianospeler gekomen, wat ik ook veel interessanter vond dat het totaalbeeld en hun instrumenten zelf. Op basis van 110 foto's heb ik een selectie gemaakt en die ter bespreking voorgelegd aan Bart en Mels. Hier zaten foto's tussen van het contact tussen de muzikanten, zoals een luisterend oor, handen bij elkaar, blikken, etc. Maar ook duidelijk ingezoomde momenten omdat het uitgezoomde beeld, het totaaloverzicht al zo vaak verteld is en niet mijn verhaal is.
Ik ben eigenlijk al heel snel van de drumstokken afgegaan. Ze waren letterlijk alleen maar de aanleiding voor mijn verhaal.
Uiteindelijk was de selectie van de belangrijkste foto's niet heel erg lastig. Ik heb wel geworsteld, met name met de tijd, om het verhaal in volgorde van tijd en beelden goed te vertellen. Vooral ook omdat ik op safe wilde spelen met het laten afdrukken van het boek in verband met de tussenliggende paasdagen (en dus niet-afdrukdagen voor de HEMA).
In eerste instantie heb ik de foto's ingeladen in het programma van het samenstellen van het fotoboek. Maar dat virtuele scherm dat werkt niet voor mij. Dus met de foto's en de veertig pagina's die zo'n boek minimaal moet hebben in zwarte blaadjes, aan de slag gegaan.
Dat was een goede werkwijze. Uiteindelijk, door het te bespreken met anderen ook, werd mijn verhaal steeds duidelijker in mijn hoofd en was de selectie en volgorde van foto's ook goed te maken. Belangrijk hierbij is het verhaal uitleggen aan anderen en het antwoord geven op hun kritische vragen waardoor mijn verhaal/ concept versterkt wordt. Daarnaast heb ik ook tijd nodig om het werk los te laten en te laten bezinken. Maar ook om de vragen en feedback de plek te geven in het werk die passen bij mijn concept en visie.
Vermogen tot kritische reflectie
Het weblog heeft deze periode minder de functie gehad tot reflecteren dan vorige periode. Maar zoals ik hiervoor al aangaf, zat ik ook veel te diep in de worsteling om er van bovenaf op terug te kijken. Ik was met name moe van alles. Ik merk nu dat ik, door de reflectie, dingen weer op de juiste plek komen en er weer een richting aan het ontstaan is.
Afgelopen periode is enerzijds een kennismaking geweest met werk en de werkwijze van ouderjaars. Ook door het lezen van hun blogs en bekijken en bespreken van hun werk van Katowice. Ook ben ik bij een afstudeerbespreking geweest op zaterdag, terwijl de anderen de lezing over China hadden. Het was interessant om hierbij te zijn, te horen welke feedback en vragen zij kreeg en ik merkte dat het werk ook bij vragen en een mening opriep. Onder andere over de werkwijze: hoe dicht durf je als fotograaf op je onderwerp te komen. Ook bij het verhaal van Wiesje Peels kwam dat er voor mij uit, dus dat ik voor mij een leerpunt geweest deze periode. Ik vind het belangrijk dat je je onderwerp durft te benaderen al dat nodig is om je verhaal te vertellen. Volgende keer is het wel een uitdaging om in een minder veilige situatie dit op te zoeken.
Volgende keer zou ik het laatste deel van het fotoboek net even anders doen. Bij de laatste foto's worden de muzikanten zelf zichtbaarder. Het verhaal gaat van ingezoomd instrument naar uitgezoomd instrument. En dan van ingezoomde huid van de muzikant naar uitgezoomde huid van de muzikant. Dat laatste is eigenlijk net iets te sterk uitgezoomd wat mij betreft. Het wordt daardoor te uitleggerig, te makkelijk. Het gaat uiteindelijk maar om 1 foto die ik anders zou doen en dus meer zou afsnijden. De allerlaatste foto, waar Jasper's gezicht volledig in beeld is vind ik binnen deze opdracht een goede afsluiting.
Vermogen tot samenwerken
Ondanks dat ik het lastig vind om samen te werken, ben ik wel in staat om mijn visie en een concept over te brengen. Het lastigste aan samenwerken vind ik dat je concessies moet doen aan het proces. Ik vind het heerlijk om er 200% voor te gaan, maar kan niet bepalen dat iedereen er op dezelfde manier in staat. Ik denk dat we in onze opdracht goed hebben kunnen werken aan de inhoud en het verhaal en dat ook beeldend goed hebben kunnen vertalen. We staan dan ook allemaal trots achter het eindresultaat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten