Einde van het project komt in zicht, ik ben aan het vormgeven en ik had vandaag een relatief rustige dag. Automatisch gaat de knop om van vormgeven naar tussentijdse reflectie.

DE UITDAGING VAN DEZE OPDRACHT
De uitdaging die ik mezelf stelde dit project was: kan natuur (opdracht was stedelijk gebied, ik kan beargumenteren dat mijn stukje natuur en landschap daartoe behoort) interessanter gefotografeerd worden dan het zijn van een paar grassprieten op de ansichtkaarten 'Met oprechte deelneming'?? Kan ik voorbij aan de poëtisch-romantische fotografie? Ofwel, kan ik de eindeloze betekenislagen in de natuur en mezelf als fotograaf blootleggen?
MISSION INPOSSIBLE?
In een voorlopig tussentijds advies aan mezelf zeg ik volmondig NEE. Het fotograferen gaat puur op intuïtie en heeft geen extra interessante lagen blootgelegd voor mijn gevoel dan de licht-ironische vraag die ik aan de kijker stel: heeft Hij zijn rustdag wel verdiend? Ik stel de vraag, waarmee ik de kijker de ruimte biedt zelf een antwoord te formuleren op mijn vraag, aan de hand van de foto's. Waarin een klein beetje mijn standpunt duidelijk moet worden: Hij had nog wel een dagje mogen blijven want de mensen moeten een beetje opgevoed worden om deze wereld met fatsoen te gebruiken. De vraag is ironisch bedoeld, mijn standpunt is eigenlijk wat cynisch, merk ik.
HET KIND NIET MET HET BADWATER WEGGOOIEN
Ik lag vanmorgen wat te badderen en besloot eens een boek te lezen. Een van de velen die ik de komende periode om me heen heb slingeren, van de bieb of inmiddels zelf aangeschaft.
Al lezend in het boek 'Beeldvertalen' (C. Blok) probeer ik te begrijpen waarom het niks wordt met mijn poging het natuurlijk aangelegde landschap in meerdere betekenislagen bloot te leggen. Wanneer beeld interessant wordt om de moeite te nemen er bij stil te staan heeft te maken met twee aspecten:
- jouw emotie
- je culturele context (het begrijpen van beeldcodes).
Voor mij is dus de uitdaging om op een andere manier een emotie op te roepen dan door mooi (Hollands) licht een esthetisch mooi plaatje te maken. Ik zou graag emotie oproepen door de inhoud. Dus door het gebruiken van interessante beeldcodes.
Automatisch gingen mijn gedachten uit naar landschapsschilders, van voor de tijd van de fotografie. En zo bedacht ik me dat ik me maar eens moest gaan verdiepen in de geschiedenis van de Nederlandse landschapsfotografie voor ik mijn idee meteen afserveer.
DE GESCHIEDENIS
Ik geef mijn eigen interpretatie weer vanuit het boek 'Dutch eyes. Nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland.' Ik probeer weer te geven wat van belang zou kunnen zijn voor mijn opdracht. De verwijzing naar de verschillende documentaire strategieen komen uit een interne uitgave van AKV|St. Joost, 'Ga Toch Buiten Spelen! Een problematisering van het Documentaire begrip', door Michiel van Opstal.
Begin 1900
De Nederlanders zien hun land als maakbaar land. Niet alleen fysiek, maar ook economisch of sociaal gezien. Deze maakbaarheid heeft met name te maken met de strijd tegen het water, of juist andersom het land weer teruggeven aan het water.
De fotografie is dus heel lang documentair is pure zin geweest: observeren en vastleggen wat er gebeurt. De modernisering zichtbaar maken., vaak in opdracht van ingenieurs, aannemers en lokale of landelijke overheden. Pure documentatie ter behoeve van het (internationale) uitwisselen van de 'ingenieurskunst'. Perspectief is dus conventioneel en er is zo groot mogelijke scherptediepte.

Johann Georg Hameter, Droogdok, Rotterdam, 1883
Rond de jaren 20 en verder
Tijdens de stroming van de Nieuwe Fotografie waarin vorm belangrijker was dan de inhoud was er weinig belangstelling voor landschap. Met als uitzondering de foto's in de serie boeken die in Nederland vanaf 1936 bij de Uitgever Contact verscheen, 'De schoonheid van ons land'. De titel geeft aan dat de visie op het landschap beperkt is. De foto's zijn vooral nostalgisch, pittoresk en ze kozen het kader zo dat dat elektriciteitscentrales, autowegen, spoorbanen en bovenleidingen buiten het beeld vielen (documentaire strategie: de Poëet). De betekenis van de beelden hadden minder met documentatie van een specifieke plek te maken en meer met de algemene waarden die aan het nederlnads lanschap werden toegedicht. Een versterking van het nationale gevoel, net als de periode daarvoor bij het maakbare Nederland.

Cas Oorthuys, Het rijke land der IJpolders, ca 1946
De wederopbouw en de watersnoodramp
Het nostalgische beeld van het Nederlandse landschap kon in de tijd van vooruitgang en modernisering geen stand houden. Met name de ruilverkaveling en de landbouwhervorming in de jaren 50 en 60 waren te groot daarvoor. Maar de watersnoodramp in 1953 maakte het ineens bittere noodzaak om rigoureuzer om te gaan met ons maakbare land: de Deltawerken.
Het dertig jaar durende en miljarden guldens kostende reuzenproject bevestigde nationaal en internationaal het beeld dat Nederland in tegenstelling tot de rest van de wereld, niet door God maar door de Nederlanders zelf is gemaakt.
De stijl waarin de foto's werden vormgegeven heet de 'romantische zakelijkheid', een esthetische vorm van documentaire fotografie. In deze beeldessays zijn de Nederlandse cultuur en het landschap beide vertegenwoordigd. En naast de kunstmatigheid van ons landschap werk ook de kundigheid van de ingenieurs weergegeven: door de hoge investeringen moesten de ontwikkelde technieken en de opgedane ervaringen lucratieve exportproducten worden.
NEDERLAND WORDT GROTER

Eddy Posthuma de Boer, Landschap in Groningen, 1974
Het boek 'Nederland wordt groter', was het eerste fotoboek dat werd uitgebracht om de problematiek van de ruimtelijke ordening en het landschap aan de orde te stellen. En dus niet om een oplossing als de Deltawerken aan de man te brengen.
Met dit doelbewuste gebruik van fotografie liep het boek haar tijd zeker twintig jaar vooruit. De fotografie van de belangrijkste fotograaf uit het boek, Aart Klein, verschilt niet veel van zijn andere publicaties, zoals zijn twee 'Deltaboeken'. Maar de toon is terughoudender en er zijn veel fotobijschriften en andere teksten die de foto's 'kleuren'.
Volgens mij is hier dus voor het eerst sprake van een andere documentaire strategie dan die van de objectivisten (de Observator). De publicatie vormde een oproep tot bewustwording vanuit een nog immer aanwezig vertrouwen in de maakbaarheid van het land (de Essayist).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten