Voor mijn onderzoek van deze periode van mijn studie (en wellicht een langere periode van mijn studie) over mannelijk naakt las ik juist vandaag een oud artikel uit de Volkskrant waarbij er ingegaan wordt op deze relatie tussen schaamte en het 'stemgeheim'. *
Grappig dat op deze manier de actualiteit te koppelen is aan mijn onderzoek.
In nrc.next begint het antwoord op de vraag door eerst in te gaan op de definitie van taboe: een symbolische grens waarvan we met z'n allen vinden dat je er niet overheen mag, terwijl het heel makkelijk is om dat wel te doen. En dat taboes rationeel nauwelijks te verdedigen zijn.
Een ingekorte versie:
"Toch is er iets raars met dat stemgeheim. De burger heeft al nauwelijks directe invloed op de publieke zaak. En dan, die ene keer dat hij zijn stem officieel in de openbaarheid kan laten klinken, zondert hij zich af in de privacy van het stemhokje. Waarom? We hoeven in Nederland toch niet bang te zijn dat we worden gearresteerd zodra we op een oppositiepartij stemmen? En als we geen goede argumenten hebben om onze keuze in het openbaar te verdedigen, dan hadden we maar een beetje verstandiger moeten stemmen.
Affijn, omdat de juristen me in deze kwestie geen uitkomst boden, wendde ik me tot de filosofen, en zo kwam het dat ik binnen de kortste keren verzeild was geraakt in een discussie over naaktheid en genitaliën. Niet dat ik de verkiezingscampagne met zulke onderwerpen had willen belasten, maar filosofen stoten nu eenmaal graag door tot de kern van de zaak en de kern van de zaak bleek dit keer te bestaan uit private delen.
Het begon ermee dat ik las over de grens tussen de private en de publieke sfeer: die grens wordt volgens de filosofen bepaald door schaamte. Uit schaamte zonderen we ons af van de groep om handelingen te verrichten die tot de privésfeer behoren. 'Elke cultuur kent haar eigen privésfeer', schrijft de filosoof Avishai Margalit in zijn boek De fatsoenlijke samenleving.
Onze behoefte aan afzondering en privacy komt dus allereerst voort uit schaamte, en niet alleen Margalit brengt die schaamte meteen in verband met naaktheid: de meeste filosofen leggen een link tussen privacy en het geheim van de schaamdelen, de pudenda. Zo schrijft de filosoof Bernard Williams dat al in de Oudheid de wijsgerige discussie over privacy gefocust was op de schaamstreek: 'Het woord aidoia, afgeleid van aidos, 'schaamte', is een standaard Grieks woord voor genitaliën.'
Nu ontstaan er problemen wanneer privégedrag plotseling publiek wordt. Volgens Margalit is er een direct verband tussen fatsoen en de scheiding tussen de privésfeer en de publieke sfeer. We vinden het schandelijk wanneer mensen in het openbaar gedrag vertonen dat volgens de meesten van ons tot de privésfeer behoort. 'Ik herinner me een stralende dag waarop Londenaars op Hampstead Heath lagen te zonnebaden', schrijft hij. 'Van twee vrouwen lag de ene in haar ondergoed - witte beha en slip - en de andere in een bikini. Vlak naast me maakte een oudere Engelse dame zich kwaad en riep dat het een schande was dat iemand zich in haar ondergoed vertoonde. 'En die vrouw in bikini dan?' vroeg ik haar. 'Dat ligt anders', antwoordde ze. 'Ondergoed is privé.'
Mooi, als we al deze gedachten over schaamte nu toepassen op het stemgeheim, dan valt op dat er bij het geheime stemmen een vergelijkbare verwarring is ontstaan tussen privégedrag en publiek gedrag - maar dan precies andersom. Door de privacy van het stemhokje is het publieke gedrag van de burger immers plotseling privé geworden: de burger zondert zich af in het stemhokje - alsof hij zich alleen maar in zwembroek durft te vertonen in de beslotenheid van zijn eigen badkamer. De vraag is: waar komt die verwarring vandaan? Waarom zou de burger behoefte hebben aan privacy bij het uitoefenen van een politieke taak?
Ook nu nog, schreef Velleman, keren we terug naar de privésfeer waneer ons lichaam ongehoorzaam dreigt te worden aan onze wil: anders zou dat opstandige lichaam wel eens het beeld kunnen verstoren dat we zo graag van onszelf wilden oproepen. Daarom ook, concludeerde hij, omdat het mannelijk naakt sneller zichtbaar opstandig is dan het vrouwelijk naakt, zijn naakte vrouwen vaker welkom in het openbaar. De wetenschappelijke staf van de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit van Manitoba wierp tegen dat mannen zich weer veel vaker gezamenlijk omkleden dan vrouwen, maar dat kwam volgens Velleman doordat de relevantie van zichtbare geslachtsdelen bij het gezamenlijke omkleden door mannen strikt wordt ontkend.
De analyse van Velleman liet me uiteindelijk zien wat er mis is met ons stemgeheim. Weliswaar schreef ook Velleman over privégedrag in de publieke sfeer en niet over publiek gedrag in de private sfeer, toch kon ik zijn argument gemakkelijk omdraaien. Het stemgeheim, stelde ik vast, beschouwt het publieke gedrag van de kiezer als onbeheerst: als gedrag dat niet wordt geleid door de wil maar door persoonlijke emoties en aanvechtingen. Als gedrag dat privacy behoeft. En ik verzuchtte dat ik wel eens een stem zou willen uitbrengen waarvoor zoveel afzondering niet nodig was.
.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten