maandag 6 september 2010

introductie van het academiejaar

|






De inleiding
Er was een tijd waarin de woorden ‘engagement’ en ‘documentaire’ synoniemen waren. Documentairemakers hadden de voortdurende wil te getuigen van het onrecht in de wereld en om aandacht te vragen voor oorlogen, sociaal onrecht en allerhande mogelijke rampen. Hoe is dat tegenwoordig? Wie heeft er nog de behoefte om te
getuigen van het sociale onrecht in de wereld? Hoe kun je, als betrokken maker, die leeft in een wereld waarin het hem eigenlijk aan niets ontbreekt – en alle ellende een grote-ver-van-je-bed-show is – nog uiting geven aan je engagement? De documentaire fotografie en film worden nu moeiteloos gerekend tot het domein van de
beeldende kunst, maar wat betekent dat eigenlijk voor het beeld? Kan je stellen dat ‘esthetiek’ de plaats van het engagement heeft ingenomen? Hoe bewust ben je, als toekomstige documentaire maker, bezig met het vormgeven van je sociale, politieke of culturele betrokkenheid?

De opdracht
Iedere student krijgt een van de volgende tien onderwerp toegewezen; de zwerver, de achterbuurt, de vluchteling, de bijstandsmoeder, de tienermoeder, de immigrant, de gehandicapte, de arbeider, de (heroïne)hoer, het kind. Deze onderwerpen zijn stuk voor stuk klassieke geëngageerde onderwerpen die al vrij snel cliché beelden op het netvlies oproepen. Hoe ga je om met het cliché beeld (wat we allemaal kennen of denken te kennen)? Kun je het cliché doorbreken of ontleden, omkeren? En welke positie kies je ten aanzien van je onderwerp? Vanuit welke maatschappelijke visie toon je je onderwerp? Iedere student maakt in één dag een serie foto’s of shots van zijn onderwerp, waarin je positie kiest.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten